Johanneke Kamphuis werkt al jaren met veel plezier op het Noordik in Vriezenveen. Wat begon als een LIO-traject Duits, groeide uit tot een veelzijdige rol waarin begeleiden, ontwikkelen en verbinden centraal staan. Als schoolopleider zet Johanneke zich dagelijks in voor (startende) docenten en stagiaires, met oog voor maatwerk en persoonlijke groei. In dit interview vertelt zij over haar loopbaan, haar rol als schoolopleider en de meerwaarde van regionale samenwerking via VOTA.
Ik ben Johanneke Kamphuis. Ik ben 36 jaar en woon in Rijssen met mijn man en kinderen.
Ik werk op het Noordik in Vriezenveen. Dit is een kleine vmbo-school met nog geen 500 leerlingen. Ik ben hier gestart met mijn LIO Duits in 2012 en kon daarna blijven. Dit was erg fijn, want ik voelde mij erg op mijn gemak. In 2020 kreeg ik de eer om de functie als schoolopleider te vervullen en in 2023 ben ik gestart met de opleiding tot docent Nederlands. Deze heb ik in mei 2025 succesvol afgerond.
De functie die ik nu sinds 2020 mag uitvoeren is schoolopleider. Hiervoor heb ik een Post HBO gedaan op Windesheim om toch de fijne kneepjes van het vak te leren. Uiteindelijk leer je het meeste door te doen en in de loop der jaren heb ik (samen met mijn collega) een hele ontwikkeling doorgemaakt. Ik kon mij optrekken aan een ervaren collega en ik leer nog elke dag weer nieuwe dingen. Binnen deze taak is de term ‘ontwikkeling’ een van de hoofdzaken, maar zoals je kunt lezen, is dat niet alleen voor de nieuwe docenten, maar ook zeker voor mij.
Als schoolopleider begeleid ik nieuwe (startende) docenten en stagiaires. Het zogeheten inductieprogramma duurt 3 jaar, waarin wij veel maatwerk aanbieden. De ene docent is echt nieuw in het vak, terwijl de andere al jaren ervaring heeft en alleen een overstap naar een andere school maakt. Ik kijk in de begeleiding juist naar wat de docent nodig heeft om zich zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen. Dit kan op didactisch vlak zijn, dit kunnen pedagogische vaardigheden zijn of het gaat om het vinden van de balans in het werk. We gaan minimaal twee keer in het jaar op lesbezoek, waarbij we ons richten op een specifieke leervraag van de docent. Aan de hand van een observatieformulier vindt er daarna een gesprek plaats en kijken we samen waar we nog op in kunnen spelen. Soms gaat dit zo goed dat ik alleen nog maar op de achtergrond begeleid en met de docent mee probeer te bewegen. Ook komt het voor dat ik vaker op lesbezoek kom of de docent een kleine opdracht meegeef om zich op een bepaald vlak verder te ontwikkelen.
Naast de begeleiding vinden er ook gedurende het jaar verschillende gesprekken plaats en zijn er intervisiebijeenkomsten. Deze bijeenkomsten zijn ontzettend waardevol. Het is voor docenten een fijne manier om eens te horen van anderen en te sparren over leerlingen of gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden. Nieuwe docenten hebben nog wel eens het gevoel dat alles perfect moet en is het goed om dan van anderen te horen dat het nooit perfect verloopt en dat je niet ‘de enige’ bent.
Het is misschien cliché om te noemen dat de functie als geheel erg leuk is, maar eigenlijk is dat het wel. In mijn werkweek geef ik afwisselend les, ga ik op lesbezoek en ben ik in gesprek met collega’s. Die afwisseling is fijn, maar op de momenten dat ik bezig ben met mijn functie als schoolopleider krijg ik enorm veel energie.
Ik heb verschillende collega’s zien groeien in hun ontwikkeling; ze staan inmiddels steviger voor de klas of hebben een goede balans gevonden om de schoolweek door te komen. Wat ik vooral prachtig vind, is dat sommigen zijn uitgegroeid tot een nog betere docent dan zij zelf ooit hadden verwacht te kunnen worden. De mate van zelfvertrouwen waarmee ze nu voor de klas staan, is fantastisch! Dat ik daar een kleine bijdrage in heb mogen leveren, maakt dat ik dankbaar ben dat ik deze functie mag vervullen.
Als schoolopleiders zijn we allemaal bezig met het begeleiden en opleiden van docenten. Het is prettig om samen te kunnen ontdekken hoe we startende docenten het beste kunnen helpen. De verbinding die VOTA neerzet, helpt alleen maar om de kwaliteit van het begeleiden te verbeteren.
Als je kijkt naar de vacatures die momenteel niet vervuld kunnen worden door een gebrek aan mensen die dit kunnen en willen doen, zie je een duidelijk vraagstuk waar meerdere scholen mee te maken hebben. Zoals ik net al noemde, is het zo goed om de verbinding te zoeken en samen te kijken hoe we de begeleiding inzetten. Door regionaal op te trekken met elkaar komt het niet alleen de startende docent, maar ook de scholen ten goede.
Naar mijn mening is VOTA de spil in de Onderwijsregio en hebben ze al veel bereikt. Door allemaal dezelfde taal te spreken, creëer je rust en duidelijkheid. Ik denk dat dit balletje al aardig aan het rollen is en dat deze eenheid en samenwerking al goed uit de verf komt. Kijk alleen al naar het Onderwijsfestival dat afgelopen jaar en dit jaar heeft plaatsgevonden. Het gevoel van ‘samen’ en ‘naast elkaar staan’, is in mij in ieder geval aangewakkerd.
Op mijn werk hangt een plaatje met de tekst: ‘Don’t struggle to be a better teacher than everybody else. Simply be a better teacher than you ever thought you could be’. Dit is iets wat wij onze collega’s elk jaar meegeven. Vergelijk jezelf of jouw situatie niet met die van een ander. Natuurlijk is het verstandig om tips te vragen en eens te sparren met een collega die bijvoorbeeld al jaren in het vak zit, maar neem het echt mee als tip en blijf je eigen pad volgen. Gun jezelf de tijd om te groeien, maak gebruik van de begeleiding die er is en wees mild voor jezelf!